De VIZL bezocht met een grote groep leden en partners deze unieke locatie in Nederland.
In drie groepen werd het uitgebreide gangenstelsel doorkruist en kon men de tekeningen en sculpturen die de Jezuïten in de loop van de tijd hebben gemaakt aanschouwen.
De Jezuïetenberg maakt deel uit van de Cannerberg en wel van de groeve Valberg. Deze groeve werd ook wel Fallenberggroeve genoemd. Het woord berg in deze benamingen verwijst in het Limburgs naar een ondergrondse mergelgroeve. Het begin van de ontginning van de Fallenberggroeve ligt al vele eeuwen terug, toen men de kalksteen gebruikte als bouwsteen. Bij de ondergrondse winning van de blokken kalksteen werd ongeveer de helft van de laag als bouwsteen gebruikt; de rest moest het bovenliggende gesteente dragen. De Jezuïetenberg beslaat circa tien hectare met twintig kilometer gangen, waarvan nu zes kilometer gangen nog begaanbaar zijn.
Dat zich in het gangenstelsel nu een uniek onderaards museum bevindt is te danken aan de paters Jezuïeten uit Maastricht.
Tussen 1860 en 1960 trokken scholastieken en theologanten van de Jezuïetenorde op hun vrije woensdag ter ontspanning de groeve in. Zij maakten er tekeningen, schilderijen, sculpturen en beelden hetgeen resulteerde in een unieke verzameling kunstwerken.
De Jezuïeten hebben in de berg ook een plek gehad waar zij tussendoor of na afloop van het werk iets konden eten en drinken. Dit noemden ze de refter. In deze ruimte werd na afloop de tweede ALV van 2026 gehouden. Na afloop was er nog een gezellig samenzijn.